Weer in verbinding, deel 1

De gevolgen van seksuele grensoverschrijding oplossen: het kan

Dit artikel wordt/werd geplaatst in het Vakblad voor contextuele hulpverlening, jaargang 27, nummer 1, maart 2022.

Omdat het een uitgebreid artikel is, bieden we het hier in 3 delen aan. Het is raadzaam het in de volgorde te lezen waarin het geschreven is, dus deel 1, deel 2 deel 3.

In begeleiding

De laatste decennia heb ik honderden vrouwen en mannen begeleid die misbruikt zijn. Sommige heb ik nu en dan teruggezien, toen er weer een hap te verwerken viel. Met enkelen ben ik meerdere jaren opgetrokken.

Toen de redactie van het Vakblad Contextuele Werkers mij vroeg een artikel te schrijven over de verwerking van seksuele grensoverschrijding, zijn N. – die verder anoniem wenst te blijven – en ik samen aan tafel gaan zitten.

We hebben dit artikel samen overlegd en geschreven. We besloten om N. het woord te laten voeren in de ik-persoon en dat ikzelf alle theoretische kaders daarbij aandraag.

Het persoonlijke verhaal enerzijds en de theoretische duiding anderzijds vloeien in elkaar over. N. maakte gebruik van een 11-maanden durend hersteltraject, dat tussendoor en aan het eind ter sprake komt.

Misbruikt

“Nu mag het openlijk gezegd worden, zonder bang te hoeven zijn gelabeld te worden als ‘psychisch gestoord’. Net zoals zovele vrouwen en mannen die verkracht werden, ben ik nu redelijk gezond en evenwichtig, geniet ik van mijn leven en werk, heb ik een fijn gezin en goede contacten met mijn familie.

Dit terwijl ik op jonge leeftijd herhaaldelijk werd misbruikt. Ik prijs mezelf dat ik er ‘goed vanaf gekomen ben’. Maar is dat wel zo? Ik heb er heftige irritaties (woede) aan overgehouden met momenten van zelfvervreemding, chronische stress en een hoop fysieke klachten (sinusitis, zware allergieën, fibromyalgie, spastisch colon, diverticulitis, endometriose, …).

Om nog te zwijgen over de ‘gewone’ fysieke ongemakken zoals braken bij het tandenpoetsen of extreme angst bij de tandarts, de verboden zones waar ik niet aangeraakt kon worden en de aarzeling bij spontane knuffels.

Ik heb ontzettend veel werk gehad om mannen op een evenwichtige manier te vertrouwen (niet teveel en niet te weinig) en om mij verbonden te voelen met andere vrouwen.

 En dan was er bij tijd en wijlen de wanhoop, er een eind aan willen maken, het depressieve gevoel en het gebrek aan zelfzorg. De last die ik meedraag is voor mij zo gewoon, dat het soms lijkt alsof het bij mij hoort, en dat is niet zo.”

N. weet waar haar stress, angst en ontrust vandaan komen en hoe ze die direct kan oplossen met de methode die ze daarvoor gebruikt. Ze weet wat er in haar brein gebeurt. Woede was haar manier om haar impulsieve angstreacties uit te werken (vechtreactie).

Haar gebrek aan zelfzorg en er een eind aan willen maken zijn een teken van hoe ze uit haar lichaam wil wegvluchten. Haar fysieke kwalen toonden door afweerreacties (ontstekingen) waar de ‘invasie’ had plaatsgevonden (mond, anus, vagina).

Deze aandoeningen geven aan waar haar lichaam ‘bevroren is geraakt’ (verstarreactie). Het zijn allemaal uitdrukkingen van extreme stressreacties als gevolg van eerder trauma.

Het zijn allemaal automatische reacties op seksuele grensoverschrijding: haar lichaam en geest proberen ervoor te zorgen dat ze nu wél veilig is. Deze impulsen zijn zelfdestructief en beschadigend voor haar relaties. Zijzelf en de mensen om haar heen hebben eronder geleden.

“Ik ging door de grond van schaamte nadat ik weer door boosheid overvallen werd. Ondertussen heb ik geleerd de volle verantwoordelijkheid te nemen voor mijn gedrag en mijn leven.

Ik hoef niet meer te beschuldigen, rechtzetting te eisen, terug te slaan, mezelf af te leiden, te beschermen; ik hoef mezelf niet meer ziek te maken, mezelf te verliezen in innerlijke conflicten. Er is een uitkomst, ik heb ze gevonden en ik gebruik ze”.

Aan het eind van dit artikel komen we terug op de methode waarmee N. haar irritaties onmiddellijk aanpakt en  oplost.

Aan het licht komen

“Toen ik dertien was, bracht ik het misbruik ter sprake en het werd direct in de doofpot gestopt. Sindsdien was het er voor mij altijd, in de manier waarop ik keek.

Jarenlang bleef het een onzichtbaar-aanwezige wonde die bij eender welke aanraking verwarring en pijn kon oproepen, met een ‘blijf van mij af’-snauw als gevolg.

Gedurende langere tijd bleef het netjes op de achtergrond, tot ik als verpleegkundige een vrouw bijstond die stervende was. Ze kon niet loslaten. In haar dossier stond dat ze door haar schoonzoon was misbruikt.

Ik heb haar hoofd in mijn arm genomen en ze is rustig en veilig, terwijl ik haar streelde, gestorven.

Enkele weken later was een patiënt bijzonder onrustig nadat hij bij de psychologe had ontdekt dat hij zijn dochters had verkracht. Hij liep huilend door de gangen.

Toen heb ik mezelf voorgenomen dat ons dit niet zou gebeuren. Wij zouden elkaar in de ogen kunnen kijken en rustig sterven, zowel ikzelf als ‘mijn daders’.

Vrede vinden werd de voornaamste drive in mijn leven. Wat een werk! En zo de moeite waard: mijn hele omgeving profiteert ervan mee”.

– We zetten ‘mijn daders’ altijd tussen aanhalingstekens omdat deze mensen veel meer zijn en voor N. ook veel meer betekenen dan de seksuele grensoverschrijding die ze gepleegd hebben.

Zwijgen en spreken, allebei

Seksuele grensoverschrijding kan jaren ‘weggestopt’ zijn om te overleven. Het is alsof een stuk van het persoonlijke verhaal niet toegankelijk is in de herinnering van de persoon.

Op een bepaald moment, wanneer de persoon in de binnen- of buitenwereld triggers tegenkomt die de ervaringen oproepen, komen de feiten weer in beeld. Ook al is er een vaag weten, ontdekken misbruikt te zijn blijft schokkend, vooral voor de persoon zelf.

Het eigen ongeloof, het wantrouwen ten aanzien van de beelden die terugkomen, de angst te overdrijven, de pijn dat niemand deze situaties van totale verlatenheid echt kan invoelen, de nood aan delen en erkenning.


Binnen de hulpverlening heeft N. hulp gekregen in de vorm van geestelijke begeleiding.

“Ik kreeg tijd en ruimte om te worstelen met het misbruikt zijn en met mijn eigen blinde reacties. Mijn geestelijk begeleider bracht mij in contact met het contextuele denken.

Ik kon erover lezen en voor het eerst had ik een kader om te begrijpen wat er met mij was gebeurd. Het plaatste mijn individuele verhaal in een grotere familiale en maatschappelijke context.”

N. ging in contextuele therapie. Die stuurde haar ‘naar huis’ om de verhalen uit haar omgeving te horen. Haar persoonlijke verhaal werd een familieverhaal.

Haar luisteren maakte ook de behoefte om te spreken wakker. Daar zat veel lading op. Ze wist van kleins af dat ze dit geheim moest houden, zo niet zou ze ‘de daders’ verraden. Dat zorgde voor enorm veel innerlijk conflict dat nu en dan explodeerde.

Ze merkte ook dat niemand zat te wachten op het onthullen van dit onrecht. Wie in eigen kring over seksuele grensoverschrijding hoort, wordt geconfronteerd met informatie over mensen waarvoor hij/zij respect ervaart.

Het gaat over intieme informatie en onrecht. De hoorder wordt in een oncomfortabele positie geplaatst: wil die eventueel wel gehoor geven en erkenning, maar doet die dan geen onrecht aan ‘de dader’? Wat is waar?

Doordat de hoorder er doorgaans niet om vraagt betrokken te worden, kan het ‘moeten horen’ van misbruik zelf ervaren worden als grensoverschrijdend.

“Ik volgde EMDR en regressietherapie. Al het oprakelen, in alle detail weten wat er precies is gebeurd, maakte het niet beter, integendeel. Mijn woede laaide op, soms werd het paniek.

Er was alsmaar het verlangen erkend te worden voor wat er met mij was gebeurd, vrede te vinden, veilig te zijn. Maar toen ik het uitbracht voelde iedereen binnen mijn context zich tekort gedaan.

Na de begrafenis van mijn tante, sprak een nichtje mij aan en deed haar beklag. Ze had van haar moeder gehoord dat mijn vader mij had misbruikt. Ze vond dat ik dit beter had gezwegen omdat haar ideale beeld van mijn vader erdoor veranderd was…

Voor de buitenwereld moest ik zwijgen en van binnenuit moest ik spreken. Het kostte ons allemaal veel energie om de relaties in stand te houden”.

‘Dader’ en ‘slachtoffer’ voor de rest van ons leven?

Seksuele grensoverschrijding naar buiten brengen is erg kwetsend, voor de persoon zelf, voor de ‘daders’ én voor de hele omgeving.

Al te vaak wordt het uitgebracht in angst, paniek en afwijzing. Soms zit er zoveel agressie in de aanklacht dat het voelt als revanche nemen op de ‘daders’. Daardoor kunnen zowel de ‘dader’ als de omgeving het bekendmaken als grensoverschrijding ervaren.

Het gevaar bestaat dat ‘daders’ voor de rest van hun leven als ‘dader’ gelabeld worden en ook ‘slachtoffers’ vastgeraken in dat patroon. Hoewel N. zelf tot doel had om vrede te stichten, kan ze nu erkennen dat ook zij in alle valkuilen is getrapt.

We vragen ons wel eens af: kan iemand die misbruikt is, van zijn omgeving de erkenning krijgen die nodig is? De omgeving wordt zelf zwaar belast: iedereen verliest de illusie van een ‘ideale jeugd’, het gezamenlijke verhaal verbrokkelt.

In het verhaal van de omgeving is amper plaats voor een tegenverhaal dat zo afwijkend is. Kan de omgeving iets anders doen dan afwijzen?

“Door de miskenning voelde het voor mij als gevaarlijk om zichtbaar te worden en zichtbaar te zijn. Mijn verhaal openlijk delen schiep nog meer onveiligheid en leidde tot hertraumatisering bij iedereen in mijn omgeving die eerder iets in de aard van misbruik ervaren had.

En tegelijk ‘mag ieder verhaal klinken’, ook mijn verhaal mag er zijn.”

Marina Riemslagh, PhD

Posted in

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Op de hoogte blijven?

!
!
!
Something went wrong. Please check your entries and try again.
Scroll naar top